Dat Ene Woord      Agenda      Dichters      Publiek      Dossiers      Organisatie      

// HUUR!        // Gouda Wereldstad        // Mensen Maken de Stad       
// De Staat van de Stad       
 



Dossiers



In 2013 en 2014 organiseerde Dat Ene Woord een viertal debatprogramma's in Arti Legi.
Op deze pagina een overzicht.
In vogelvlucht.




// HUUR! verkiezingsdebat
vrijdag 28 februari 2014, Arti Legi

Verslag van het HUUR! verkiezingsdebat van huurdersverenigingen Beter Wonen Gouda en Huurders Woonbelangen Hollands Midden.
tekst: Miranda van Elswijk
fotograaf: Martin Oudshoorn

HUUR!

HUUR! Dat was de titel van het debat op 28 februari 2014 in Arti Legi. Het werd georganiseerd door de samenwerkende huurdersverenigingen (Beter Wonen Gouda en HWHM) en debatinstituut Dat Ene Woord. De centrale vraag van de avond was: Wat is de stand van zaken op het gebied van de volkshuisvesting in Gouda? Een belangrijk onderwerp, want bijna een derde van de Goudse huishoudens woont in een sociale huurwoning.

Peter Ruigrok, directeur van Mozaïek Wonen, was de eerste spreker van de avond. “Mozaïek Wonen bestaat ruim honderd jaar. De organisatie is voortgekomen uit een fusie van drie woningcorporaties en inmiddels managen we ongeveer 9500 woningen. Dat zijn vooral sociale huurwoningen. Daar wordt steeds meer gebruik van gemaakt: het is moeilijk om een hypotheek voor een koopwoning te krijgen én mensen moeten langer zelfstandig blijven wonen. Er moet met minder geld meer gebeuren. En dat willen we niet op onze huurders afschuiven, want we zijn er juist voor mensen met een smalle beurs. We hebben wel een huurverhoging doorgevoerd, maar die is lager dan wat van minister Blok mag. We zijn voorzichtig met het starten van nieuwbouwprojecten. En we kijken waar we kunnen bezuinigen op het onderhoud. Zo was er pas een flat waarvan de entree geschilderd moest worden. Vroeger zouden wij dat verzorgd hebben, maar nu hebben we de huurders gevraagd om het zelf te doen. Wel hebben we de verf betaald.” Op de vraag wat hij aan zijn opvolger wil meegeven, gaf Peter Ruigrok aan: “Heb aandacht voor de betaalbaarheid van woningen. Houd er rekening mee dat het niet alleen gaat om wonen, maar ook om zorg; mensen mogen niet vereenzamen. En kijk goed naar de relatie tussen de kwaliteit van de gebouwen en het openbaar gebied.”

Peter Pronk is de vaste columnist van Dat Ene Woord. Hij woont al bijna veertig jaar in Gouda en is in 2010 begonnen met het 
schrijven van korte verhalen en columns (zie www.janhagel.nl). Hij vond sociale woningbouw niet de moeite waard om te behouden, zo bleek uit zijn variant van Marsmans ‘Denkend aan Holland’:

Denkend aan sociale woningbouw
zie ik flatjes vier hoog
zonder liften die
comfort bieden,

aan den einder staan;
rijen ondenkbaar lelijke
monopolyhuisjes

en in de geweldige
ruimte verzonken
troosteloze uitbreidingplannen
verspreid door het hele land,

betonnen schoenendozen,
vormloze woontorens,
omringd door verzakte parkeerterreinen

de lucht hangt er laag
en de bestrating van heidepaars
wordt vanzelf veelkleurig somber grijs

en in alle gewesten
wordt de stem van de plannenmakers
met hun eeuwige wansmaak
gevreesd en gehoord.

Vervolgens was er een debat met politici van alle politieke partijen die in Gouda meedoen aan de verkiezingen. Dat gebeurde aan de hand van drie thema’s, die werden ingeleid door Saskia Lieon, consulent bij de Nederlandse Woonbond. 



Kerntaken en verantwoordelijkheden van gemeente en corporatie
Er gebeurt veel op de sociale woningmarkt. De investeringsruimte van corporaties wordt beperkt. Taken en verantwoordelijkheden van corporaties en gemeenten veranderen. Zo maakt nieuwe wetgeving het mogelijk dat de gemeente toezichthouder wordt van woningbouwcorporaties.

Welke maatregelen gaat de Goudse politiek nemen om de betaalbaarheid van het wonen te waarborgen?

Theo Krins van de ChristenUnie vroeg zich af welke ruimte de lokale politiek heeft, als je te maken hebt met landelijk beleid en met autonome woningcorporaties. “Bij nieuwe woningen kun je wel afspraken maken, maar bij bestaande woningen is dat lastiger. Laten we bij het begin beginnen: woningbouwcorporaties moeten in staat zijn om diverse woningen te bouwen, inclusief sociale woningbouw. Dat kan alleen als ze financieel gezond zijn.” Teun Hardjono (CDA) was het met hem eens dat de speelruimte voor de gemeente uitermate beperkt is. “Waar je wel naar kunt kijken, bijvoorbeeld bij Westergouwe, is een goede mix van woningen; de oplossing zit niet in meer sociale woningbouw.” Volgens Thierry van Vugt van D66 zijn er wel genoeg sociale huurwoningen, maar zit het probleem in de doorstroom. “Laten we kijken naar creatieve oplossingen daarvoor, bijvoorbeeld door leegstaande panden te gebruiken. Wat ons betreft is het tijd voor een update van de Woonvisie van de gemeente!” Volgens Bas Driessen van Trots Gouda mag de gemeente zich wat meer richten om onderwerpen om het wonen heen. “Wonen is niet alleen huur, maar bijvoorbeeld ook energie. De gemeente zou energieneutraal bouwen kunnen stimuleren.”

Uit het debat kwam naar voren dat het belangrijk is om een goed beeld te hebben van het woningaanbod: is dat evenwichtig? Maar ook, wie moet betrokken worden bij de discussie daarover? En wanneer? De politici waren het er over eens dat belanghebbenden het liefst in een vroeg stadium betrokken worden en niet pas als er al projectontwikkelaars aan het werk zijn gezet. 


Leefbaarheid in Goudse wijken
De corporaties willen actieve spelers zijn op het gebied van leefbaarheid en zoeken hiervoor de samenwerking met de gemeente, maatschappelijke partners en bewoners. Tegelijkertijd dwingen de financiële omstandigheden de inzet op leefbaarheid te beperken. Terwijl in de politiek vaak gezegd wordt dat de corporatie meer is dan een beheerder van woningen. Saskia Lieon: “Leefbaarheid is een van de kerntaken van woningbouwcorporaties. Er gebeurt al veel; zo geven de corporaties financieel advies aan mensen die een huurachterstand hebben en advies over het omgaan met overlast. Maar hoe gaat dat in de toekomst, als er gesneden wordt in activiteiten op het gebied van leefbaarheid? Wat kunnen we met elkaar doen, als huurders, corporaties en gemeente?”



Volgens Lenny Roelofs van de SP heeft het geen zin om daarbij een hoofdverantwoordelijke aan te wijzen. “Het is en-en-en. Er is weinig geld (denk aan het verlagen van het 3-euro-budget). We moeten het dus vooral hebben van samenwerking. Niet alleen met gemeente, corporaties en huurders, maar bijvoorbeeld ook met de politie.” Volgens Roelofs is het belangrijk om daarbij te kijken naar wie wat kan doen: “Zelfbeheer in wijken is goed, maar niet alles kan door bewoners zelf betaald en gedaan worden.” Ed de Lange van Gouda’s 50+ Partij benadrukte het belang van sociale cohesie. Mensen kunnen elkaar helpen, samen zwerfvuil opruimen, samen werken aan het onderhoud van woningen, enzovoort. Michel Klijmij van GroenLinks vond dat de woningbouwcorporaties vooral een taak hebben op het gebied van sociale samenhang: “Dat zorgt voor een basis waarop je kunt bouwen. Daarbij kun je zeker wat verwachten van huurders, maar leg hen daarbij geen verplichtingen op. En ondersteun hen. Bij iedere taak die wordt wegbezuinigd, zou een klein deel van het budget bewaard moeten blijven om mensen te helpen bij het oppakken van die taak.” Willem Verwoerd (OPA): “Vaak kun je al veel bereiken met mooie initiatieven waar je de gemeente niet of nauwelijks voor nodig hebt. Het gaat om de beleving die mensen hebben bij hun woonomgeving. Bakstenen kun je tellen, maar leefbaarheid niet. Overleg met belanghebbenden over waar zij behoefte aan hebben. En wat ze zelf zouden willen oppakken, op basis van vrijwilligheid.” Corina Kerkmans van de Partij voor de Dieren Gouda gaf aan dat leefbaarheid bepaald wordt door met elkaar te zijn, door zorg te hebben voor je buurt. “Dat maakt dat mensen weten wie waar woont en of er iets aan de hand is. Het zit vaak niet in geld, want meer geld betekent ook vaak meer regeltjes.”

Peter Ruigrok voegde hieraan toe het een mooi experiment zou zijn om te bekijken wat er gebeurt als er meer ruimte is voor eigen initiatieven. “We hebben het wel over wat de gemeente moet
doen, maar denk ook eens aan wat de gemeente moet laten.” Zou er dan een soort buurtcorporatie ontstaan?

Woonvisie
Gemeentes zijn door nationale wetgeving verplicht om hun huisvestingsbeleid te verwoorden in een Woonvisie. Deze moet uiterlijk 1 juli 2015 gereed zijn. Daarnaast zijn gemeente en corporaties verplicht om prestatieafspraken te maken waarin onder andere overeengekomen wordt hoeveel woningen er nieuw gerealiseerd worden. Saskia Lieon: “Betaalbaarheid, beschikbaarheid en leefbaarheid zijn belangrijke onderwerpen voor huurders. Praat dus met hen en met huurdersverenigingen. En we willen niet één keer gehoord worden en dan moeten afwachten. Of juist te laat betrokken worden. Goede voorbeelden van hoe het anders kan, zijn Ede, Utrecht en Katwijk. Zij betrekken huurders in het hele traject en zo hoort het. Krijg in beeld waar de problemen zitten, zodat je samen kunt werken aan oplossingen.”



Rogier Tetteroo van de PvdA gaf aan dat de Woonvisie en de prestatieafspraken een continuüm zouden moeten zijn: “Het is niet ‘even tekenen bij het kruisje’, maar het moet wederkerig en verplichtend zijn. Een transitie op de huurwoningmarkt krijg je niet in vier jaar voor elkaar. Inventariseer periodiek wat de behoeften zijn van Gouwenaren. Zijn er jongeren die eigenlijk een eigen woning zouden willen hebben? Zijn er stellen die al lang uit elkaar waren geweest als een van hen een andere woning had kunnen vinden? Hoeveel woonlasten hebben mensen en kunnen ze die opbrengen?” Ook Hans van den Akker van de VVD pleitte voor onderzoek naar de behoeften van huurders, huurverenigingen, aspirant kopers, enzovoort. Volgens Johan Weeber van GoPo/GBG (Lijst 3) verdient het aanbeveling om bij jongeren die de stad verlaten, na te vragen waarom ze dat doen. “Waren ze in Gouda blijven wonen als er voldoende woningen waren geweest? En hoe komen we aan nieuwe woningen? Kunnen we leegstaande panden verbouwen? En moeten woningbouwcorporaties dat doen of zijn er ook andere marktpartijen?” Fred de Wit (SGP): “Ik werk al heel lang in het onderwijs en hoor bij iedere reünie dat jongeren zich buiten Gouda vestigen. Dat is jammer. Maak van Gouda een positieve stad, waar je goed kunt wonen!”
 


Presentatie: Dick-Gert Smid






// Gouda Wereldstad
donderdag 12 december 2013, Arti Legi

Verslag van het derde programma van Dat Ene Woord: Gouda Wereldstad
tekst: Miranda van Elswijk
fotograaf: Martin Oudshoorn

Gouda Wereldstad

Nut en noodzaak van mensenrechten, fairtrade en internationale samenwerking. Dat waren onderwerpen die aan de orde kwamen tijdens het derde debat van Dat Ene Woord. Het debat vond plaats op 12 december 2013 bij Arti Legi in Gouda. Stichting Musecology verzorgde de muziek; de Letse celliste Aleksandra Kaspera speelde werken van onder meer Gabrieli, Bach en Bloch.



Mandela

De avond startte met een gedicht van Klara Smeets (stadsdichter van Gouda) over Nelson Mandela:


van gedachten
kneedde hij een vuist
die hij in zijn hoofd
liet zweven en wachtte
al smeedden
dagen zich tot tralies
hij bleef zijn tijd
besteden
aan een geloof
in menselijkheid
ondanks de kloof tot hen
die zijn ruimte transformeerden
in een cel van jaren
gebald onder de huid
kon hij zijn eer bewaren
en kwam er zo
later
als verlosser uit

© Klara Smeets

 

Of-of / en-en
Vervolgens was het woord aan de Goudse sociologe en verandermanager Naima Zefzafi. Zij gaf aan: “Waar mijn wieg heeft gestaan, daar had ik geen keuze in. Zoals ik ook geen keuze had toen mijn ouders in Gouda gingen wonen. Dagelijks integreer ik de wereld van zowel het Marokkaans zijn als het Nederlands zijn. Wat voel ik me rijk. Niet iedereen is zo rijk, er zijn minderbedeelden dichtbij én ver weg. Wij dienen hen een stem te geven, zodat ze geholpen kunnen worden. Veel mensen denken bij hulp aan anderen in begrippen van of-of en niet in en-en. Dat is jammer. Ik zeg niet dat we moeten pamperen, maar wel dat we projecten moeten subsidiëren die een doel bereiken. Laten we zorgen dat we in de zorg voor dat soort projecten een eenheid vormen in Gouda!”


De tijdgeest
Gespreksleider Dick-Gert Smid sprak met theatermaker Herald Nobel over de expositie ‘Toorop en de tijdgeest, Alwéér geen witte kerst’ (van 19 december 2013 tot en met 26 januari 2014 in Arti Legi). Nobel kwam in contact met Croda en zag in de directievertrekken twaalf litho's van Toorop hangen. Litho’s die een beeld geven van de tijdgeest, net als moderne kunstenaars de tijdgeest van nu proberen te vangen. In de catalogus geeft Nobel aan: “De aanleiding voor deze expositie is mijn verbazing, verwondering over de huidige tijd. Aan de ene kant stellen economen dat er sprake is van een nationaal chagrijn. (…) Het chagrijn zit in alle geledingen, van jong tot oud. De onzekerheid tast langzamerhand de verbanden in de samenleving aan. Er is veel onderling wantrouwen. Anderzijds blijkt keer-op-keer uit onderzoek dat wij tot de gelukkigste burgers van de wereld behoren en dat de welvaart vele malen groter is dan 30 jaar geleden. Onderzoek na onderzoek bevestigt dat het de meeste Nederlanders persoonlijk heel goed gaat. Toch overheerst in het publieke debat het chagrijn. Deze tegenstelling verbaast mij.” Tijdens het debat van Dat Ene Woord gaf Nobel aan dat er parallellen zijn tussen de tijd van Toorop en nu. Revoluties (zoals de industriële van toen en de digitale van nu) zorgen voor veranderingen in de wereld. Hoe kunstenaars uit beide perioden met die veranderingen omgaan, is te zien in de expositie.


‘Schaf de ontwikkelingssamenwerking af’
Hans H.J. Labohm, onafhankelijk econoom en conservatief publicist, hield een referaat met als titel ‘Schaf de ontwikkelingssamenwerking af’. Het referaat is ontleend aan een opdracht van Clingendael (Het Nederlands Instituut voor Internationale Betrekkingen) om ‘verboden toespraken’ te schrijven. “In de eerste helft van de jaren zeventig verklaarde de toenmalig minister voor ontwikkelingssamenwerking, Jan Pronk, dat hulp tot doel heeft zichzelf overbodig te maken. Ik ben dat met hem eens. Maar waar staan we nu na ruim zestig jaar? Helpt hulp?” De discussie rond ontwikkelingssamenwerking gaat niet alleen over deze vraag, maar ook over bijvoorbeeld de vraag waarom we aan ontwikkelingssamenwerking doen. Vaak gaat het niet alleen om solidariteit met de armere medemens elders in de wereld, maar ook om economische belangen. Een ander onderwerp van discussie is de enorme kloof tussen beleid en de effectiviteit ervan. Hans Labohm: “Er zijn bibliotheken volgeschreven over ontwikkelingsstrategieën en ontwikkelingsbeleid, maar slechts heel weinig over de resultaten daarvan. Deze literatuur leidt een min of meer apocrief bestaan. Toegegeven, evaluatie op het gebied van ontwikkelingssamenwerking is moeilijk. In het bedrijfsleven is de beoordeling van de resultaten relatief eenvoudig met behulp van een objectieve winst- en verliesrekening. Bij ontwikkelingssamenwerking is dat ingewikkelder. Het effect van de hulp wordt getoetst aan vele, deels tegenstrijdige en niet–kwantificeerbare doelstellingen die meestal ruimte openlaten voor subjectieve interpretatie. Als men de professionals op dit gebied vraagt naar hun persoonlijke indruk van het resultaat van de hulp op microniveau, antwoorden velen van hen dat een derde van de projecten succesvol is, een derde mislukt en dat het resultaat van de rest ergens in een schemerzone daartussen ligt.” De belangrijkste les die men uit de vele ontwikkelingsresultaten gedurende dertig jaar in de Derde Wereld kan trekken, is dat men de markt haar werk moet laten doen. Het is dus tijd voor een - geleidelijke en zorgvuldige - uitfasering van de hulp, aldus Hans Labohm.

 

Debat
Hans Labohm, Wendy Ruwhof (wethouder duurzaamheid, milieu en fairtrade), Wilco de Jonge (manager mensenrechtenbeleid Amnesty International) en Ruud Lambregts (Wereldwinkel en Gouda Fairtrade) debatteerden vervolgens over nut en noodzaak van ontwikkelingssamenwerking. Ruud Lambregts gaf aan dat het op een aantal punten klopt wat de heer Labohm zei: “Ontwikkelingssamenwerking (met de nadruk op samenwerking en niet op hulp) heeft pas nut als je de welvaart goed kunt verdelen. Dat ligt overigens niet alleen aan de macht binnen landen, maar ook aan de banken.” Wilco de Jonge was van mening dat het onderwerp mensenrechten ten onrechte ontbrak: “Je kunt van mening zijn dat de markt zijn werk moet doen en dat ondernemersinitiatief goed is, maar dat moet niet leiden tot schending van de mensenrechten.” Hans Labohm: “In een aantal gevallen is aantoonbaar dat die rechten wel geschonden worden en daar moet tegen opgetreden worden. Maar als je op macroniveau kijkt, is liberalisering van de economie van belang voor de groei van de welvaart (een mooi voorbeeld is de landbouw in China). Overigens heeft die liberalisering ook zijn schaduwkanten.” Wilco de Jonge: “En daarom is het goed dat in het Nederlandse ontwikkelingssamenwerkingsbeleid aandacht wordt besteed aan mensenrechten.” Wendy Ruwhof voegde daaraan toe: “En aan fairtrade. Je moet niet zomaar geld geven, maar zorgen dat er eerlijke handel gedreven wordt. Gouda is een fairtrade gemeente; daarmee laten we zien dat we zorgen voor mensen die dat nodig hebben. Niet alleen ver weg, maar ook dichtbij. En niet alleen nu, maar ook straks.” Dat is precies de slogan van Gouda Wereldwijd (voorheen Stichting Ontwikkelingssamenwerking Gouda). Wim van Beek reageert vanuit de zaal: “We proberen een brug te slaan tussen hier, daar, nu en later door aan te sluiten bij allerlei initiatieven, zoals ‘Maak Gouda Duurzaam’. Ook Ruud Lambregts gaf aan dat ontwikkelingssamenwerking en eerlijke handel door iedereen waar te maken is: “Als particulier, als gemeente, als kerk, enzovoort. Supermarkten verkopen – gelukkig – al vaak fairtrade levensmiddelen als koffie. Voor handcraft gaan mensen naar de Wereldwinkel.”


Verbetering
Hans Labohm is van mening dat de wereld al een verbetering heeft laten zien de afgelopen decennia. “De welvaart in de Derde Wereld is gestegen, er zijn meer onderwijsmogelijkheden, de levensomstandigheden zijn verbeterd. Er is dus geen reden om pessimistisch te zijn over de wereld.” Ook Wilco de Jonge gaf aan dat er vorderingen worden geboekt: “Het aan banden leggen van de handel in kleine wapens is een mooi voorbeeld van een grote reeks internationale verdragen. Als je mensenrechten schendt, word je daar uiteindelijk voor gestraft. Overigens mag er ook wel wat meer aandacht komen voor mensenrechten dichtbij, bijvoorbeeld door gemeenten. Dat kunnen ze doen aan de hand van een
publicatie van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten.”



Betrokkenheid
Belangrijk bij ontwikkelingssamenwerking is de betrokkenheid, de persoonlijke band. Zo vertelde de in de zaal aanwezige Fien Zweers over de stichting Gympie, die kansarme kinderen en vrouwen in het Indonesische Atjeh ondersteunt: “We geven geen geld, maar helpen de mensen zich te ontwikkelen. Zo bouwen we geen kindertehuis, maar zorgen we er wel voor dat spullen als de septic tank vervangen worden als dat nodig is. We gaan uit van hun vragen; dat zijn vaak andere vragen dan wij met onze westerse ogen kunnen bedenken. Ik ben benieuwd hoe meneer Hans daarover denkt!”

Hans Labohm: “Een persoonlijke band met ontwikkelingssamenwerking is beter dan bureaucratische afstand. Tegelijkertijd is het nadeel van deze aanpak dat je geen schaalvoordelen hebt en iedereen het wiel uitvindt. Het blijft een moeilijke zaak om op grote afstand ontwikkelingssamenwerking uit te voeren, kijk maar naar de Romeinen ten opzichte van de Batavieren!” Wendy Ruwhof gaf een voorbeeld van hoe ontwikkelingssamenwerking ook dichtbij kan komen , namelijk via de zusterband tussen Gouda en Elima in Ghana. “We helpen daar bij riolering en bij het komen tot een goed bestuur.” In het publiek bevond zich ook journaliste Marianka Peters die vertelde dat ze eerst sceptisch tegenover deze hulp stond. “Ik vond dat ik naar Ghana moest om met eigen ogen te ervaren hoe het daar was en heb binnen de kortste keren een ziekenhuis daar geadopteerd.” Ze merkte dat de hulp effect had; mensen kregen letterlijk en figuurlijk toegang tot zorg. Op de vraag hoe Gouda in de toekomst omgaat met ontwikkelingssamenwerking, gaf Wendy Ruwhof aan dat dat ook afhangt van de gemeenteraadsverkiezingen. Die zijn op 19 maart 2014; op 13 maart organiseert Dat Ene Woord een verkiezingsdebat.

Presentatie: Dick-Gert Smid

 

 

// Mensen Maken de Stad
donderdag 31 oktober 2013, Arti Legi

Verslag van het tweede programma van Dat Ene Woord: Mensen Maken de Stad
tekst: Miranda van Elswijk
fotograaf: Lennard de Heer

Mensen maken de stad

‘Mensen maken de stad’. Dat was het thema van het debat op 31 oktober dat gepresenteerd werd door Dick-Gert Smid (communicatieadviseur bij het ministerie van OCW). Cabaretier Vincent Bijlo stak van wal door aan te geven dat participatiesamenleving geen nieuw woord is. “Balkenende gebruikte het ook al, maar niemand verstond het. Het concept is niet nieuw: we participeren al; er wordt al vrijwilligerswerk gedaan. Op zich is de participatiesamenleving geen slecht idee, zeker als je ernaar kijkt vanuit de verzorgingsstaat die we hebben ingericht en waarin alles werd geregeld. Ook voor mij. Maar ik wilde geen slachtoffer zijn, niet uit trots, maar uit wil. Altijd wilde ik iemand zijn. Iedereen wil iemand zijn. Dat is de participatiesamenleving, dat we met zijn allen dingen voor elkaar krijgen!”



Leerlingen van het Coornhert Gymnasium en het Driestar College voerden een debat over de stelling: ‘Burgers moeten verantwoordelijk worden gehouden voor de zorg van hun directe familie en vrienden’. Eén van de argumenten voor deze stelling was dat onze maatschappij ik-gericht is en dat je dat kunt tegengaan door voor elkaar te zorgen. Niet in de vorm van medische zorg, maar wel door een luisterend oor te bieden of boodschappen voor iemand te doen. Tegenargumenten waren dat het inefficiënt is om zelf dingen te regelen en dat er te weinig kennis en kunde is bij familie en vrienden om goed voor iemand te kunnen zorgen. Daarnaast kan het bieden van zorg de familiebanden onder druk zetten. Je moet mensen niet dwingen om dingen te doen die ze niet willen. En als ze iets wèl willen, doen ze het waarschijnlijk al. Daar is geen participatiesamenleving voor nodig.

De muziek werd verzorgd door Stichting Musecology. Violiste Annemarie van Prooijen speelde werken van J.S. Bach.



Na het muzikale intermezzo was het woord aan Mark van Twist (decaan Nederlandse School voor Openbaar Bestuur en hoogleraar Bestuurskunde aan de Erasmus Universiteit). Hij hield een referaat over wat het thema 'Mensen maken de stad' inhoudt. Wat vragen we van de burger en wat vragen we van de overheid? Hij gaf aan dat grote woorden het politieke debat beheersen: participatiesamenleving, samenredzaamheid, een doe-democratie... “Op zich is het positief dat de burger weer in beeld is, maar we komen nu terecht in chagrijn; het wordt meer een verweesde doe-het-zelf-samenleving. Dat is jammer. Niet omdat het niet waar is, maar omdat we voorbij gaan aan mooie voorbeelden. Het risico is dat dingen worden stukgemaakt omdat ze politiek worden bediscussieerd; een ingetogen gesprek over dit onderwerp zou beter zijn. We gaan de participatiesamenleving nu vangen in beleidsnota’s en dat is jammer. Denk aan de Leeszaal Rotterdam West. Toen de wijkbibliotheken sloten, gingen mensen niet in protest bij de wethouder, maar bedachten ze: een bibliotheek bestaat uit boeken. Die kunnen we zelf ook wel bij elkaar brengen. Toen bleek dat dat tegen het leenrecht inging, was de oplossing: je mag boeken niet lenen, maar meenemen en wel weer terugbrengen. Ik zeg niet dat het overal zo moet en dat alles moet lukken, maar wel dat je gebruik moet maken van de passie en de energie van mensen. Mijn stelling is dan ook: grote woorden zitten in dit debat de kleine praktijken in de weg.”

Evert Hasselaar toonde voorbeelden van die praktijk via een film over Gouda Bruist (zie www.goudabruist.nl), waar allerlei initiatieven opgestart zijn en worden. Hij voegde daaraan toe: "Mensen willen graag iets betekenen, maar missen de buur of de burger die hetzelfde wil doen. Via Gouda Bruist kunnen we mensen met elkaar verbinden." Marion Suijker (wethouder sociale zaken Gouda): "Gouda Bruist is een mooi voorbeeld van wat er al gebeurt. In nota's kun je niet leven en niet participeren. Je moet uit de bureaucratie en kijken naar de mens, naar de initiatieven die er al zijn; er zijn al zo veel mensen die dingen oppakken (onder andere op het gebied van zorg). Dat betekent wel dat de overheid minder kan controleren; het risico is dat er dan toch weer regels komen.  En dat terwijl de overheid er vóór de mensen zou moeten zijn. Mensen die hulp nodig hebben, moeten die ook krijgen." Will Goudriaan van het Senioren Platform Gouda gaf aan dat je daarbij wel rekening moet houden met mensen die zich niet kunnen redden én dat niet kunnen aangeven, al is het alleen maar omdat hun taal verschilt dan die van ambtenaren. Zij hebben de gemeente harder nodig dan anderen. Evert Hasselaar: "Dat geldt ook voor sommige initiatieven van Gouda Bruist: veel projecten lopen wel, daar hebben we de gemeente niet voor nodig. Voor andere projecten geldt dit wel, al is het alleen maar omdat je een contactpersoon zoekt of omdat het nodig is dat er een beslissing genomen wordt." Gemeentesecretaris Loes Bakker vertelde dat ambtenaren van de gemeente Gouda nu getraind worden in het werken in een participatiesamenleving en de gevolgen daarvan voor de omgang met mensen en initiatieven. 




Mark van Twist noemde het voorbeeld van guerillatuinen in Amsterdam (meer informatie staat op guerillatuin.nl): "Er worden tegels weggehaald en vervangen door plantjes. Uiteindelijk is er een heel stadspark ontstaan. Soms moet je niet wachten, maar gewoon beslissingen forceren. Je mag er best voor zorgen dat de overheid zich ongemakkelijk voelt. Voor mij is de kern ‘eigenaarschap’. We hebben allemaal instituties in het leven geroepen, waardoor niemand zich meer verantwoordelijk voelt. De gemeente mag ook best eens zeggen dat ze ergens niet over gaat.” Mensen uit de zaal gaven aan het daarmee eens te zijn; duidelijkheid over de ruimte voor initiatieven is noodzakelijk (en dan niet alleen duidelijkheid via online media, maar ook op andere manieren, zodat je zo veel mogelijk mensen bereikt). Volgens Mark van Twist is een ‘betrokken bescheidenheid van de overheid’ nodig. “En denk eraan dat het niet alléén gaat om leuke kleine initiatieven als buurtbarbecues; ik zie dat mensen het heft in eigen handen nemen. We zouden eigenlijk geen gesprek moeten voeren over burgerparticipatie, maar over overheidsparticipatie: de overheid mag best meedoen, als mensen hun gang maar mogen gaan!”


// De Staat van de Stad
donderdag 19 september 2013, Arti Legi



Verslag van het eerste programma  van Dat Ene Woord: De Staat  van de Stad.
tekst: Miranda van Elswijk
fotograaf: Martin Oudshoorn

De staat van de stad

De staat van de stad. Dat was het thema van een debat op 19 september in Arti Legi aan de Markt in Gouda. De avond was georganiseerd door Dat Ene Woord, platform voor debat, lezingen en cultuur. Oprichters Tara Dekker en Marcel van den Tooren zien Dat Ene Woord als een vrijplaats voor allerhande stromingen, een plek waar men elkaar kan ontmoeten, naar elkaar kan luisteren en van elkaar kan leren. Met een spannende programmering en actuele talkshows wil Dat Ene Woord zorgen voor actie en reactie in de stad Gouda en omgeving.

De eerste debatavond, die druk was bezocht, werd geleid door Dick-Gert Smid (communicatieadviseur bij het ministerie van OCW) en muzikaal begeleid door gitarist Robert Beemsterboer. De muziek tijdens de debatavonden van Dat Ene Woord wordt verzorgd door Stichting Musecology. Oprichter Olaf Hornes: “Doel is om podium, kunstenaar en publiek dichter bij elkaar te brengen. Dat doen we onder andere door kunstenaars op laagdrempelige locaties (zoals het Huis van de Stad) te laten optreden.”

Jan Graafland, voormalig stadsdichter, verzorgde een column, waarin hij van Homerus via Ghandi bij Armin van Buuren uitkwam en concludeerde: “Deze avond is eigenlijk het eerste experiment van de participatiestaat! Het is niet meer de tijd voor politiek, ook niet in een debat als dit. Om met Paracelsus te spreken: laat iedereen zijn eigen koning zijn. Dat is al realiteit; de Twittermens heeft zijn eigen volgelingen. Wat betekent dat voor de mens? Kijk naar jezelf zoals je weet dat je zou moeten zijn en spreek ook zo tijdens dit debat.”



Jonge Marokkaanse vrouwen gaven gehoor aan die oproep door vol enthousiasme te vertellen over hun activiteiten in Oosterwei. Ze vonden dat er te weinig georganiseerd werd voor meisjes en vrouwen in hun wijk en hebben een plan van aanpak gemaakt om daar verandering in te brengen. Inmiddels hebben ze onder andere een film over de wijk gemaakt (‘Goud in Oost, kijk in je wijk’), verzorgen ze meidenavonden en is er een wijkfeest geweest.

Milo Schoenmaker, sinds negen maanden burgemeester van Gouda: “De activiteiten in Oosterwei laten zien dat er al veel vanuit inwoners gebeurt waar geen geld van de gemeente voor nodig is. Dat laat z
ien dat de participatiemaatschappij waar nu zoveel om te doen is, geen gevolg is van bezuinigingen. Wel dwingen die bezuinigingen ons ertoe om goed na te denken over wat nu écht de taak van de gemeente is. Er is veel discussie in de gemeenteraad over de financiën; het is een belangrijk onderwerp.” Schoenmaker ziet het als zijn taak om de discussies en processen in het college en in de gemeenteraad te stroomlijnen (een hele opgave met 35 zetels!): “Als er spanning op de lijn zit, kan het helpen als mensen onderling dingen uitpraten: hoe is de ergernis ontstaan? Wat is er nu écht gezegd en gedaan? Daarmee voorkom je veel problemen. Soms krijgen de media verwijten als ze aandacht besteden aan spanningen en ergernis binnen gemeenten, maar aan de andere kant: ze doen geen verslag van iets wat er niet is!”
Toen Milo Schoenmaker solliciteerde op de functie van burgemeester in Gouda, kreeg hij weleens te horen: “Mooie stad, maar wel ingewikkeld”. Wat hem betreft zou de reactie over een aantal jaar moeten zijn: “Gouda, dat is een stad waar ik wel zou willen wonen en werken”. Om daar te komen, moet er nog wat het een en ander gebeuren. Schoenmaker: “Het financiële plaatje moet veel beter op orde zijn, met name onze reservepositie. Onze regionale samenwerking moet een goedlopend én een goed gevoeld geheel zijn, met concrete resultaten. Dat betekent niet dat we moeten fuseren, maar bijvoorb
eeld wel dat we geld besparen door samen te werken.”




De avond werd afgesloten met stellingen van ondernemers Marco van der Horst en Michiel Bunnik, Peter de Wit (voorzitter Stichting Humanitas Midden-Holland) en Ineke Verkaaik (voorzitter Historisch Platform Gouda). Marco van der Horst reageerde op de stelling dat de gemeente Gouda goed bezig is als het gaat om het bestrijden van overlast en criminaliteit. Naar zijn idee is het gevoel van veiligheid belangrijker dan de cijfertjes. “En mijn gevoel zegt dat het beter gaat! Aandachtspunt is wel dat mensen serieus genomen moeten worden als ze aankloppen bij de politie. Als je bijvoorbeeld bedreigd bent, wil je niet als reactie krijgen dat je je niet teveel moet aantrekken van grof taalgebruik.”
Michiel Bunnik ging in op de stelling dat Gouda economisch gezien gouden tijden tegemoet gaat: “We moeten wel, maar de vraag is of we het ook kunnen. Belangrijk is dat we nadenken over wie we zijn en wat we willen als Gouda. We moeten globaal denken (de hele wereld kent immers de kaas, de kaarsen en de stroopwafels) én lokaal investeren.” Marco van der Horst vulde aan: “Dat kan bijvoorbeeld door evenementen te organiseren. Het zou mooi zijn als we de gemeente daarbij helpt; niet zozeer in de vorm van geld, maar wel in het geven van ruimte. Natuurlijk moet je rekening houden met de omgeving, maar schiet daarin niet door.”
Volgens Ineke Verkaaik zou de gemeente ook kunnen helpen door op een goede manier om te gaan met de cultuurhistorie van de stad: “We kunnen plekken, samen met ondernemers, veel meer laten bruisen. Dat geldt bijvoorbeeld voor het weeshuiscomplex. Maar het is dood- en doodzonde als de gemeente die plekken verkoopt, want dan zijn ze niet meer van de Gouwenaars.”
Peter de Wit voegde hieraan toe: “Gouda mag niet alleen een mooie stad zijn voor toeristen; we moeten ook aandacht hebben voor de mensen achter de gevels. Bij Humanitas kloppen heel veel mensen aan die hun zelfredzaamheid niet kunnen vormgeven. Gouda is gebaat bij burgers die elkaar helpen!”
Burgemeester Schoenmaker sloot af: “Als we over vijf jaar terugkijken op dit debat, zien we het begin van een nieuwe Goudse bloeiperiode, waarin we ons richten op wat er allemaal wel kan!”



 
 


 contact datenewoord

 partners

 nieuwsbrief



 
  2017 Dat Ene Woord